De cursus bestaat uit twee delen: planten en micro-organismen. In het plantendeel worden drie thema’s behandeld. Je bestudeert fotosynthesemechanismen (C3, C4, CAM), de invloed van interne en externe milieufactoren, en de rol van fotosynthese, ademhaling en morfologie in de koolstofbalans. Daarna verdiep je je in water- en nutriëntentransport (xyleem, floëem, transpiratie, wortelstructuur, rhizosfeer, exudaten, biotische interacties). Tot slot leer je hoe ontwikkeling (kieming, groei, bloei) wordt gereguleerd door plantenhormonen en (a)biotische factoren. Er is aandacht voor signaaltransductieroutes, plant-microbe interacties, voedselproductie en genetische modificatie.
In het micro-organismedeel leer je over biodiversiteit, technieken om micro-organismen te bestuderen, genoomplasticiteit, signalering en adaptatie aan (a)biotische factoren. Je onderzoekt ook interacties van micro-organismen met planten, dieren en de mens.