Het centrale thema in deze cursus is het functioneren van de plant in relatie tot haar omgeving. Omdat planten niet mobiel zijn, stemmen zij hun groei en ontwikkeling voortdurend af op veranderende omgevingsfactoren, zoals (a)biotische stress en seizoensgebonden signalen. De cursus behandelt zowel basale processen die nodig zijn voor groei en ontwikkeling, als de moleculaire mechanismen waarmee hogere planten op hun omgeving reageren.
Aan bod komen onder andere: embryogenese, vegetatieve en generatieve ontwikkeling, vruchtvorming, zaadzetting, kieming, veroudering, patroonvorming, meristemen, orgaanvorming, polariteit en celdifferentiatie. Er is aandacht voor bloeiregulatie via daglengte, temperatuur en interne signalen, en voor hormonale regulatie (auxine, gibberelline, cytokinine, ethyleen, abscisinezuur, brassinosteroïden, strigolactonen, jasmonzuur en salicylzuur), inclusief hun werkingsmechanismen en interacties.
Ook de rol van licht (rood, ver-rood, blauw en uv) tijdens ontwikkelingsstadia en de aanpassing aan met name abiotische stress (droogte, hitte, zout, koude, hypoxie) wordt besproken. Alle processen worden benaderd op plant-, cel- en moleculair niveau. Tot slot wordt de relatie gelegd met maatschappelijke thema’s zoals duurzame landbouw, klimaatverandering, domesticatie en veredeling, biotechnologie, transgene gewassen en de plant als bron van energie en voedsel.